Kort verhaal: winnaar schrijfwedstrijd

Victor ZwaanNieuws

SCHRIJFWEDSTRIJD MET SIMON DE WAAL

Auteur en juryvoorzitter Simon de Waal daagde lezers uit om een spannend verhaal te schrijven. Hij koos uit alle inzendingen het winnende verhaal, dat op 19 augustus werd gepubliceerd in AD Magazine en & Magazine. Winnares Nicolette Molenaar kreeg ook een mini-masterclass thrillerschrijven van Simon de Waal.

Winnares Nicolette Molenaar

Nicolette Molenaar is 41 jaar en komt uit Schagen. Ze is moeder van een zoon van 4 en leerkracht in het basisonderwijs. Ze leest zelf veel thrillers en vindt het heerlijk om zich te verliezen in een spannend boek zoals je dat ook doet bij een spannende film. Ze zegt: ‘Dat gevoel dat ik heb met lezen, heb ik ook met schrijven. Dan kom ik in een flow waardoor ik alles om me heen vergeet. Soms weet ik tijdens het schrijven zelf ook niet waar een verhaal naartoe gaat. Schrijven kan ook heel spannend zijn!

Simon de Waal over het winnende verhaal

Goed geschreven, spannend, een opmaat naar veel ellende, en een mooie omschrijving van het karakter. Wanhoop, ellende, en een verleden dat als een bankschroef haar keel dichtknijpt. Een verhaal dat naar veel meer smaakt.

Het verhaal: Verstoppertje

Eindelijk is het zover, het is zomervakantie. Iedereen moppert, omdat de regen tegen het raam klettert en de wind zijn best doet de blaadjes van de takken te trekken. Maar ik geniet. De bank is mijn grootste vriend. Ik ga liever nergens heen. In ieder geval niet naar het strand. Nooit meer naar het strand.

Met een kop hete thee, in een lekker warm vest, trek ik mijn laptop op schoot. Als eerste open ik mijn mailbox. Zeven nieuwe berichten. Ik scan van wie ze zijn. Onderaan het lijstje gekomen flitsen mijn ogen terug naar de naam van de middelste afzender. Mijn hart slaat een slag over en ik vergeet een moment om te ademen. Even denk ik dat ik het niet goed lees. Ik leun voorover en beweeg mijn hoofd dichter naar het scherm toe. Alsof dat helpt om te geloven wat ik lees. De naam van de afzender is er een die ik al dertig jaar niet meer wil kennen.

Iedere cel in mijn lijf ervaart dezelfde, onaangename sensatie. Ik voel het bonken van mijn hart in mijn borstkas, kan het bijna horen. Opeens heb ik het heel heet. Ik worstel me uit mijn vest. Wat zou hij me na al die jaren willen schrijven?

Beelden flitsen door mijn hoofd. Beelden van een zomer zo lang geleden. Het strand. De avondzon. We zijn met zijn drieën. We spelen stiekem in de duinen waar het niet mag. Waar nooit iemand komt, denken we. We doen verstoppertje. Volledig de tijd vergetend. Met verwaaide haren en rode wangen. Lachend achter elkaar aan rennend om duintopjes heen worstelen we in het mulle zand.

Plotseling is daar een kuil. Een smalle, diepe kuil. Vlak achter een hoge, pas opgegraven berg geel zand. Zij, die er met een hoge gil in valt. En toen die lawine. Haar gezicht dat snel onder het zand verdwijnt. Wij, die als versteend staan te kijken hoe snel het gat zich vult. Onze blikken die elkaar vangen, met ogen vol schrik en angst. We vallen op onze knieën en beginnen te graven. We grijpen paniekerig met onze handen in het zand op de plek waar we haar gezicht zagen verdwijnen. Gegil, geschreeuw, gehuil uit mijn eigen keel. Oerschreeuwen, vlak naast me. Opperste inspanning om bij ons vriendinnetje te komen, die nu geen lucht meer krijgt. Hoe meer we graven, hoe meer zand er over haar heen glijdt. Niemand die op ons geschreeuw afkomt. Niemand die ons komt helpen. Wat we ook doen, het helpt niet. Onze vriendin blijft begraven onder het losse zand. We voelen dat het zinloos is. We stoppen met graven. Hulpeloos. Er is alleen nog maar stilte. We staren naar het zand. Een hele tijd. Tot we elkaar aankijken. Dan, alsof dat het enige is wat we nog kunnen doen, lopen we weg. Allebei een andere kant op.

Onze verklaringen later waren die van totale ontkenning. We waren niet op het strand. Zij speelde niet met ons. We wisten niet waar ze zou kunnen zijn. Nooit hebben hij en ik elkaar na die dag nog gezien.

Waarom kozen we ervoor onze vriendin zo in de steek te laten? De tijd heeft ervoor gezorgd dat ik de ik van toen niet meer begrijp. En het laatste wat ik nu nog wil, is die beslissing van toen begrijpen. Ik zal ook stikken. Stikken in mijn gedachten en herinneringen. Stikken in schuldgevoel en schaamte. Ik wil niet stikken.

Ik wil zijn e-mail niet openen. Mijn wijsvinger schuift naar de deletetoets. Ik kijk ernaar. Mijn vinger rust nog even op de knop, beweegt een beetje heen en weer. En dan vergroot ik langzaam de druk. De e-mail verdwijnt uit het rijtje. Voordat ik me kan bedenken, leeg ik ook de prullenbak.

Ik klap mijn laptop dicht en sta op. Opeens rillend van de kou trek ik mijn vest weer aan. Ik neem me voor om verder te gaan op het pad dat ik aan het bewandelen was. Iedere poging tot het aanleggen van een zijweg zal ik kordaat afkappen. Niemand, en zeker hij niet, zal het zand van ons verleden af kunnen graven. Daarvoor is het te laat. Ik sta het niet toe.

Ik zet een nieuwe kop thee. Op de bank trek ik mijn knieën hoog op en staar voor me uit.

Hopelijk regent het nog veel deze zomer.